Topmenu

Geschiedenis

Historische informatie over het ontstaan- en de eerste jaren van de Ruiterclub

Dierenarts Piet van de Kar van de Hoge Gouwe en dokter de Fraiture van de Westhaven met dochter René waren eind jaren 60 eigenaar van pony’s op manege de Goudse Hout. Toen gevestigd aan de Bloemendaalseweg. Als vierde was er een mevrouw waarvan ik de naam niet meer weet, toen wonende op de Platteweg nr. 19. Er is tussen het bestuur van de manege en deze personen onenigheid ontstaan. Reden van het conflict was dat deze personen van mening waren dat de hoge tarieven voor pony lessen voor veel kinderen onbetaalbaar was en hier verandering in moest komen. Ponyrijden moest voor alle lagen van de Goudse bevolking betaalbaar worden.

Met hun pony’s zijn zij toen vertrokken van de Goudse Hout en hebben de pony’s ondergebracht op een weiland halverwege de Platteweg in Reeuwijk. Dit zal ergens rond 1970 geweest zijn. Het voorste gedeelte van het weiland werd met behulp van zand voorzien van een hoefslag en hier werd gestart met het geven van ponylessen. Er was al snel veel animo en het ledental groeide. Ook een instructeur van de Goudse Hout was overgestapt. Dit was Sander Spek, een gepensioneerde instructeur uit het leger, die nog vele jaren les heeft gegeven op de ponyclub. Dit speelde zich af in de zomermaanden, maar er moest natuurlijk snel een onderkomen worden gezocht. Dit werd na een aantal weken gevonden in een verlaten boerderij aan de Bloemendaalseweg, die inmiddels eigendom van de gemeente was geworden. De boerderij lag schuin tegenover de Goudse Hout, naast wat nu de kruising tussen de Van Reenensingel en de Bloemendaalseweg is, waar nu de huizen staan van het Catsveld. Het ledental groeide snel en ook het bestuur werd aangevuld met een nieuwe voorzitter: Piet Vlasveld, vader van twee leden. De ponyclub groeide door de komst van varkens, konijnen en kippen snel uit tot een ponyclub / kinderboerderij.

De wijk Bloemendaal bestond nog niet. Alles in de omgeving bestond uit weiland. De ponyclub zelf beschikte ook over de nodige weilanden. Maar al snel maakte het weiland plaats voor zand. Eerst werd de van Reenensingel aangelegd, die op een paar meter vlak langs de voordeur van de boerderij liep. Daarna werd de rest van Bloemendaal met zand opgespoten. Voor de eigenaren en verzorgers van de paarden was dit absoluut de mooiste tijd. Je kon dan op zondag met de pony’s in rengalop van de ene kant naar de andere kant van Bloemendaal scheuren. Wat toen één grote zandplaat was met vele plassen waar voorheen sloten lagen. Ook de pony’s waren dan helemaal van de dolle waarbij het zelfs voorkwam dat iedereen er vanaf gesodemieterd was, wel of niet in een diepe plas.

Maar na een jaar of twee moest de boerderij plaats maken voor huizenbouw. De gemeente heeft voor een nieuw onderdak gezorgd in een boerderij die wat verderop gelegen lag, waar nu nog de Kinderboerderij is gevestigd. Deze boerderij werd ondergebracht in de Stichting de Goudse Hofsteden die met behulp van subsidies van de gemeente zorg droeg voor het beheer en onderhoud van het onroerend goed. Ook van de nodige andere boerderijen aan de Bloemendaalse weg. Na een jaar of vier heeft Piet Vlasveld afscheid genomen als voorzitter en werd opgevolgd door Jan Wolf, toen ook vader van twee leden en eigenaar van een pony. Een leuk detail: op de afscheidsavond van Piet Vlasveld is Piet er vandoor gegaan met de vrouw van de voorzitter van Stichting de Goudse Hofsteden!

Onder het bewind van Jan Wolf kreeg de club een professionele uitstraling. Echter groeide er binnen de stichting een tweestrijd tussen het exploreren van een kinderboerderij en anderzijds het bestuur van de ponyclub die het liefst de nadruk legde op pony en paardrijlessen. De oplossing werd gevonden in afsplitsing van de kinderboerderij. Om dit mogelijk te maken verhuisde de ruiterclub naar de boerderij waar deze nu nog aanwezig is.

Op de machinefabriek van Jan Wolf en met behulp van werknemer Henk Boer zijn er boxen gefabriceerd, hekwerken, een travaille en vele andere zaken. Henk Boer, ook vader van twee leden heeft daar, ook in vrije tijd, zeer veel tijd en energie in gestoken. Op enig moment is er onenigheid ontstaan tussen Jan Wolf en Cees Kemp, toen bestuurslid van Stichting de Goudse Hofsteden. Jan gaf er de brui aan en Cees Kemp nam het bewind in handen. Kemp was een gepensioneerde slager van de Wethouder Venteweg die ook veel tijd stopte in de ponyclub. Na een jaar of 7 kreeg ook hij het op enig moment aan de stok met een groepje eigenaren en vervolgens met het bestuur van de stichting. De geschiedenis herhaalde zich: opnieuw maakte de voorzitter plaats voor een bestuurslid van de stichting. Deze keer werd Pieter de Vries voorzitter. Pieter, die een druk bestaan leidde, zocht na ongeveer een jaar voorzitter te zijn geweest een opvolger. Deze werd gevonden in Rob Barentse, wonend aan de Papaverstraat,ook weer vader van twee leden en eigenaar van een Pony.

(tekst van Frans van Breukelen)